Houding

Jonge kinderen (ca. 3-7 jaar)

Bij jonge kinderen zie we vaak dat de voeten nog naar binnen gedraaid zijn. Als een kind hierdoor niet vaak valt en geen pijn in voeten of knieën krijgt is er geen reden om tot behandeling over te gaan.
Veel kinderen staan met een holle rug. Deze kinderen kunnen nog onvoldoende spierspanning opbouwen. Vaak is de kracht van de buik- en rugspieren wel goed, maar weten ze nog niet hoe ze die kracht moeten gebruiken. Bij het stoeien gebruiken deze kinderen vaak weinig kracht. Dit heeft zijn invloed op de ontwikkeling van het evenwicht op de grove motoriek.
Behandeling van deze kinderen is wenselijk als:

  • De motoriek achter gaat lopen ten opzichte van leeftijdsgenoten.
  • Het kind rugklachten of nekklachten (al dan niet met hoofdpijn) heeft.
  • Het kind niet alleen met een holle rug staat, maar zijn bovenlichaam duidelijk naar achteren brengt (swayback houding).

 

Oudere kinderen (ca. 7-15 jaar)

Door de groei verandert er veel in het lichaam. De botten groeien waarbij de spieren in eerste instantie achterblijven. Hierdoor kunnen de spieren niet optimaal gebruikt worden en zijn verkort. Daarnaast vraagt groei veel energie. In bepaalde perioden van de groei is het voor pubers haast onmogelijk om een goed gestrekte houding op te kunnen bouwen maar vooral ook vol te kunnen houden. Langdurend kromme houdingen kunnen echter leiden tot afwijkingen van de wervelkolom (gameboyrug).
Behandeling is wenselijk als:

  • Het kind pijnklachten krijgt (knieën, onderrug, nek schouders of hoofdpijn).
  • Het kind zich stort aan zijn eigen houding.

 

Afwijkende groei van de wervelkolom

Houdingsafwijkingen komen voor door een afwijkende groei van de wervelkolom.
De bekendste zijn scoliose (zijwaartse verkrommingen van de wervelkolom) en ziekte van Scheuermann (waarbij de rug ‘krom’ groeit). Deels zijn deze aandoeningen erfelijk bepaald, maar worden sterk beïnvloed door de belasting van de rug (houding).

  • Bij deze aandoeningen is oefentherapie altijd geïndiceerd.